
Wat is Foundation Paper Piecing?
Foundation paper piecing is een patchworktechniek waarmee je heel nauwkeurige resultaten bereikt. Het is vooral handig om mooie, nette aan elkaar genaaide lapjes te krijgen als je met ongewone of moeilijke vormen werkt.
Foundation piecing is iets totaal anders dan ‘English paper piecing.’ Beide technieken maken gebruik van papieren hulpstukken om quiltblokken te maken. Maar foundation piecing gebeurt met een machine en het papieren patroon kan naderhand niet meer worden gebruikt. English paper piecing (vaak afgekort tot EPP) gebeurt daarentegen met de hand.
De stof wordt over het papieren sjabloon gevouwen, bevestigd met lijm of rijgsteken en dan aan elkaar genaaid met kleine handsteken.
Hoe maak je foundation paper piecing?
Foundation paper piecing (FPP) gebruikt bedrukt papier of stof als patroon én versteviging. In deze techniek zet je de quiltblokken aan elkaar met het papier bovenaan en de stof onderaan. Je blokken vormen zich ‘aan de verkeerde kant’. Voor beginners kan dit wat verwarrend zijn... maar je zult al snel ontdekken hoe eenvoudig en leuk het is!
We hebben snel een projectje toegevoegd in deze blog, zodat je zelf kunt zien hoe makkelijk het eigenlijk is! We hebben twee varianten op een 'Log Cabin'-quiltblok en een foto van hoe je ze kunt plaatsen zodra je quiltblokken klaar zijn. Probeer het maar eens!

Laten we een blok van een blokhut maken!
Benodigdheden
- Downloadbare patronen*
- Papier**
- Stof***
- Scherpe schaar
- Spelden met een plat kopje
- Lijmstick
- Vingerpers (optioneel)
- Strijkijzer en strijkplank - fijn om in je naaikamer te hebben!
- Naaimachine
- Naaigaren

*Patroon
Dit is een simpel 'Log-Cabin' quiltpatroon. Maar online zijn er nog duizenden te vinden! Sommige zijn gratis, en voor andere moet je betalen. Zoek maar eens naar ‘paper piecing’ of ‘foundation piecing’ patronen en zie hoe enorm veel quiltblokken er verschijnen. De werkwijze zal altijd hetzelfde zijn, ongeacht het quiltpatroon. Download het bestand en druk het af in de gewenste afmeting.
**Papier (en alternatieven)
Print het quiltpatroon (of een ander foundation piecing patroon) op gewoon printerpapier of op een van de vele speciale papiersoorten die je kunt kopen, zoals:
• Dun papier dat gemakkelijker te verwijderen is (maar nog wel door de printer wordt geaccepteerd).
• Niet-geweven stoffen vellen, die op de stof kunnen blijven zitten.
• Wateroplosbare vellen, die oplossen in water wanneer je het totale werkstuk wast.
De werkwijze blijft hetzelfde, welk papier je ook kiest.
***Stof
Je werkt het makkelijkst met stoffen die je goed kunt vouwen. Maar eigenlijk kun je nagenoeg elke stof gebruiken, zolang de gevouwen delen maar goed genaaid kunnen worden. Knip je stof ter voorbereiding in repen die zo’n 2 cm (3/4 inch) groter zijn dan het breedste deel van de quiltstukken waar het op moet komen. Paper piecing is ideaal om je restjes stof op te maken.
Voor je begint
Leg de stof in de groepen die je ontwerp voorschrijft, zoals licht bij licht of donker bij donker. Dit helpt je straks met het leggen van de stof. Onze 'Log Cabin' heeft een midden (A), blauwe tinten (B) en witte tinten (C). Noteer op het patroon naast elk deelnummer de groep waaruit de stof moet komen: A, B of C. Het is niet nodig om dezelfde kleuren te kiezen zoals in dit voorbeeld. Maar om hetzelfde effect te krijgen, is het belangrijk om genoeg contrast te hebben tussen groep B en C.

Stap 1
Wrijf wat lijm op de verkeerde kant van het patroon (de onbedrukte kant), op het vierkantje met een 1 op. Leg de centrale stof op dat gebied, met de verkeerde kant naar beneden. De stof moet minstens 0,5 cm over de vier lijnen komen. Druk het aan.

Stap 2
Hou het patroon tegen het licht om te zien of het op de juiste plaats zit.

Stap 3
Leg het papier met de bedrukte kant naar boven en vouw op de lijn tussen deel 1 en deel 2.

Stap 4
Knip de stof bij zodat het 0,5 cm buiten de vouwlijn komt. Doe dat met een schaar of langs een liniaal met een rolmes. Snij niet door het papier.

Stap 5
Leg de stof voor deel 2 bovenop de eerste, de goede kanten op elkaar en met de randen op de zojuist bijgeknipte rand. Plaats spelden aan de bedrukte kant.
Draai de bedrukte kant naar boven en naai op de lijn tussen deel 1 en deel 2. Stop en start met afhechtsteken.


Stap 6
Sla de tweede stof om zodat deel 2 wordt bedekt.

Stap 7
Vouw op de lijn tussen het afgewerkte gebied (deel 1 en 2) en knip de stof bij tot 0,5 cm van de vouw.


Stap 8
Leg nu de stof voor deel 3, met de goede kanten op elkaar en de randen op één lijn.
Stap 9
Naai op de lijn tussen deel 1 en 3.
Stap 10
Vouw de witte stof om zodat deel 3 wordt bedekt. Strijk het glad met het strijkijzer of de vingerpers.
Stap 11
Ga zo door tot alle delen zijn bedekt met stof.


Stap 12
Pers en naai een bevestigingssteek tussen de twee buitenste lijnen.
Stap 13
Knip bij op de buitenste lijn.
